Ga terug

In het teken van afscheid, maar nog even niet

De afgelopen weken was de wil er echt wel, maar de vorm was er niet. Het steeds betere aanvalspel werd niet afgerond met doelpunten en dat resulteerde in een verlies tegen Swift en tegen DDW.
Zondag 28 mei jl. was de dag dat er nog een aantal dingen rechtgezet moesten worden. In de uitwedstrijd tegen Prinses Irene uit Nistelrode moesten de wedstrijdplooien recht gestreken worden. Daarnaast komt het afscheid van vier basisspeelsters steeds dichterbij. En we willen gewoon boven alles met een goed gevoel het seizoen afsluiten. En dat goede gevoel betekent maar 1 ding; de finale om het Nederlands Kampioenschap winnen.

Veel supporters kwamen naar Nistelrode om de speelsters aan te moedigen. De wedstrijd kwam moeizaam op gang, mede door de temperatuur van 30 graden. Het snelle spel was voor de verdediging van Prinses Irene lastig en de doelpunten vielen door goed samenspel met afronding uit vaak korte kansjes. Prinses Irene kon in de eerste helft nog steeds aanhaken door hun loepzuivere afstandsschoten. De ruststand was 9-15 en in de tweede helft was het enkel en alleen zaak om het aanvallende spel uit te bouwen en verdedigend de focus te houden zodat er geen cadeautjes meer uitgedeeld zouden worden.

Na een matige start in de tweede helft groeide met de tijd ook steeds meer het gevoel dat we samen in staat zijn om te winnen. Het sterke teamgevoel; het willen knokken met en voor elkaar voor de tweede titel van het seizoen; dat gevoel werd sterker. De hitte kreeg vat op de speelsters van Prinses Irene; hun tempo ging naar beneden en het tempo van de Erpsen ging omhoog. De vleugels aan Erpse kant kwamen weer.  De eindstand werd 14-28.

Na de wedstrijd waren er, omringd door alle supporters,  mooie, emotionele woorden voor de speelsters die afscheid gaan nemen. Maar daar wordt nog niet aan gedacht. Daar is iedereen het heel duidelijk over eens; we hebben nog een missie. Samen! En voor diegenen die hier nog een duwtje voor nodig hebben, maakte “rupsje nooitgenoeg” van Jacques Kop Jansen dat snel duidelijk!